In te stellen onderdelen
REST API-koppeling
Voor elk apparaat dat met de Octalarm alarmmelder communiceert, stelt u een koppeling in. De REST API communiceert via periodieke watchdog-aanvragen. Geeft het externe apparaat geen reactie op deze aanvragen via Octalarm Link, dan ontvangt de ingestelde oproeplijst of servicegroep een watchdog-systeemstoring.
Locatie(s) en categorieën per locatie
U maakt één of meer locaties aan om alarmen per locatie of groep gericht af te handelen. Binnen deze locaties verdeelt u alarmen over verschillende categorieën.
U kunt locaties en categorieën op twee manieren beheren:
-
MinimalConfig: locaties en categorieën automatisch beheren
Met één API-methode maakt, wijzigt of verwijdert u locaties en categorieën. Dit is handig voor externe apparaten zoals PLC's, waarbij het niet mogelijk is om diverse API-calls handmatig in te stellen.Goed om te weten: werkt u met MinimalConfig? Dan voegt het systeem locaties en categorieën automatisch toe. U kunt deze stappen dan overslaan.
-
CRUD: Create, Read, Update en Delete
Kan uw externe apparaat werken met CRUD-bewerkingen? Maak dan gebruik van deze communicatie met de Touch Pro of ARA.Let op: met de CRUD-methode voegt u zelf locaties en categorieën toe. De benodigde API's vindt u bij Locaties en Categorieën.
Ingebruikname: stap voor stap
Tip: volg de volgorde van dit hoofdstuk voor een snelle en foutloze ingebruikname van de REST API. We leggen met een praktijkvoorbeeld uit:
- welke algemene methoden en responsen u gebruikt;
- hoe u de REST API koppelt, de locaties en categorieën implementeert via MinimalConfig of CRUD: Locaties | Categorieën;
- hoe u alarmmeldingen via de REST API start;
- hoe u de instellingen van de melder controleert.
Situatieschets praktijkvoorbeeld
In een kas met tomaten- en paprikateelt regelt een procescomputer klimaat, irrigatie en energie. Deze klimaatcomputer communiceert via de REST API met de Octalarm alarmmelder. Om alarmen per locatie anders af te handelen, maakt u verschillende locaties aan. U verdeelt de alarmen per locatie in teeltalarmen (urgent/niet-urgent) en technische alarmen (urgent/niet-urgent).
